Tijdelijke Plaatselijke Regels in de winterperiode

 

Als winterperiode wordt aangeduid de periode van 1 november 2017 tot circa 31 maart 2018. In deze periode zal de baan, i.c. de lussen meestal non-qualifying zijn.

In aanvulling op de Golfregels en de ‘local rules’ zijn de volgende (Tijdelijke) Plaatselijke Regels van toepassing.

 

Belangrijk: Speellijn Aak 5 en Botter 4

Aak 5: Vanwege de veiligheid voor spelers/speelsters op Aak 6 is het niet toegestaan om bij Aak 5 de dogleg af te snijden via Aak6, u dient af te slaan in de richting van de speellijn van Aak5.

Botter 4: Vanwege de veiligheid voor spelers/speelsters op Aak 7 en Aak 8 is het niet toegestaan om de Botter 4 dogleg af te snijden, maar u dient ook hier af te slaan in de richting de aangegeven speellijn van Botter 4.

 

Plaatsen

Een bal die op een kort gemaaid gedeelte door de baan ligt, mag zonder straf worden opgenomen en schoongemaakt. De speler moet de ligplaats van de bal merken voordat hij hem opneemt. De speler moet de opgenomen bal plaatsen binnen 15 cm van de oorspronkelijke ligplaats en niet dichter bij de hole, op een plek die niet in een hindernis of op een green is. Een speler mag zijn bal maar éénmaal plaatsen en wanneer de bal is geplaatst, is hij in het spel.

En indien de speler nalaat de ligplaats van de bal te merken voordat hij hem opneemt, of de bal op een andere manier beweegt, bijvoorbeeld door hem met een stok te verrollen, krijgt hij één strafslag.

 

Ingebedde bal

Door de baan mag een bal, die is ingebed, zonder straf worden opgenomen, schoongemaakt en gedropt zo dicht mogelijk bij de plek waar de bal lag, maar niet dichter bij de hole. Bij het droppen, moet de bal eerst een deel van de baan raken dat door de baan is. Na het droppen is de bal in het spel.

 

Wintergreen(s) 

Indien nodig zal er door weersomstandigheden en/of onderhoud  op vlagposities op de voorgreens of in de fairway gespeeld worden op een zgn. wintergreen.

Uitholen bij wintergreens: Net zoals bij zomergreens dient u bij Strokeplay/Stableford normaliter uit te holen. Echter is de wintergreen  bevroren, of (gedeeltelijk) bedekt met ijs- of sneeuwresten dan mag u uw bal oprapen als deze binnen één putterlengte (max. 1 m) van de hole ligt. U telt vervolgens één slag bij uw score. Om mogelijke schade aan de hole te voorkomen laat u de vlag staan, regel 17-3 is dan niet van toepassing: de onbewaakte vlaggenstok mag door een slag op de wintergreen zonder straf worden geraakt.

Opmerking: Ter bescherming van de zomergreens, dient u in het geval van een wintergreen het spelen naar de zomergreen te voorkomen. Mocht uw bal onverhoopt toch door rollen op de zomergreen, dan dient u deze green te ontwijken volgens Regel 25-3 (Verkeerde Green).

In het geval dat de zomergreens worden gebruikt, is de wintergreen een verkeerde green  en moet deze worden ontweken volgens Regel 25-3.  

Etiquette: uit zorg voor de baan wordt over de wintergreens niet gereden met trolleys en buggy’s, eventuele pitchmarks a.u.b. herstellen.

GUR (Ground Under Repair)

De volgende gebieden zijn GUR, ontwijken volgens Regel 25-1b(i):

  • Uitgevreesde boomgaten of rooigaten, al dan niet gevuld en ingezaaid, door de baan. Vanwege een spoedig herstel dienen deze gaten te worden ontweken, m.a.w. het is niet toegestaan vanuit dit gebied uw bal te spelen;
  • Tractorsporen door de baan en minimaal binnen 10 meter (stappen) van de fairway grenzen;
  • Op verschillende plaatsen in de baan liggen in de komende periode mogelijk afgezaagde boomtakken, welke nog worden versnipperd en afgevoerd. Indien uw bal vlakbij of in een verzamelde takkenbos ligt zodanig dat u er last van heeft met uw stand of voorgenomen swing, dan kunt u de takken ontwijken volgens Regel 25-1 (GUR). Betreft het door de baan een losse tak, die u kan verplaatsen, dan is deze tak een los natuurlijk voorwerp. U mag deze tak opzij leggen, behalve in een bunker of waterhindernis.

 

Per ongeluk bewogen bal(merker) op de green (regels 18-2, 18-3 en 20-1)

Indien de bal van de speler op de green ligt, volgt er geen straf als de bal of de balmerker per ongeluk door de speler, zijn partner, zijn tegenstander, of een van beide caddies of uitrusting wordt bewogen.

De bewogen bal of balmerker moet worden teruggeplaatst zoals voorzien in de Regels 18-2, 18-3 en 20-1.

Deze plaatselijke regel is alleen van toepassing als de bal van de speler of zijn balmerker op de green ligt en de beweging per ongeluk wordt veroorzaakt.

Noot: Indien wordt vastgesteld dat de bal van de speler op de green is bewogen als gevolg van wind, water of een andere natuurlijke oorzaak zoals door de zwaartekracht, dan moet de bal gespeeld worden zoals hij ligt op de nieuwe ligplaats. Een balmerker die onder gelijke omstandigheden is bewogen, moet worden teruggeplaatst.

 

STRAF VOOR OVERTREDING VAN DE TIJDELIJKE PLAATSELIJKE REGEL:
Matchplay – verlies van de hole; Strokeplay – twee slagen.

Regelcommissie GC Zeewolde, 12-2-2018